Haastige spoed in het auto-lab

november 24, 2010

De tel ben ik allang kwijt geraakt, maar ik zal er niet ver naast zitten als ik schat dat er wereldwijd inmiddels wel een paar miljoen auto’s zijn ‘teruggeroepen’. Allemaal tamelijk recente modellen van onder meer Grote Namen als Toyota, Mercedes en BMW, wier reputatie ook en vooral op betrouwbaarheid stoelde.
Vooralsnog heb ik zo’n garage-oproep om even langs te komen niet ontvangen. Zal ook niet gebeuren, want ik ben ‘the king of the road’ in een Mitsubishi Pajero Sportwagon (MPS), laten we zeggen de beschaafde interpretatie van een Hummer, waarmee je je niettemin maar beter niet in Groen-Linkse gemeenten kunt vertonen. Ik houd die dingen niet zo bij, maar volgens mij wordt de MPS niet meer gebouwd. Jammer, maar niet onbegrijpelijk. Want de MPS is zo’n perfecte automobiel dat geen eigenaar ooit inruil heeft overwogen. De MPS is aan zijn eigen succes in de kleine kring van liefhebbers ten onder gegaan.
Mijn MPS is nu een jaar of tien, maar ik zou geen seconde aarzelen als ik morgen word uitgenodigd voor Parijs-Dakar. Ik zou hooguit een extra reservewiel kopen en twee jerrycans: een voor drinkwater, een voor diesel. Het onderhoud heb ik toevertrouwd aan de dorpsgarage, die in niets aan een modern autobedrijf doet denken. De baas geeft je een besmeeroliede hand, zoals ik van een klassieke BOVAG-er verwacht en verlang, als hij uit zijn smeerkuil klimt. Toen ik onlangs in verband met de keus voor een occasion waarop een familielid aasde, voor het eerst in jaren een up-to-date automobielbedrijf bezocht, waande ik me in een aflevering van een ziekenhuisserie. Witte jassen, van die weggooi-chirurgen-handschoentjes die de visboer tegenwoordig ook tot zijn standaarduitrusting rekent, geen druppel olie op de vloer, geen rookspoor van uitlaatgas. Ik herkende nog wel de opengeklapte motorkappen. Er kwamen uit de krachtbronnen daaronder intensive care-slangen die verbonden waren met -misschien- een soort hartslag- of bloeddrukmeters. Er gloeiden kerstboomlampjes op apparaten op, ik vreesde een invasie van toesnellende pleegtypes, mocht zo’n knipperbolletje in alarmrood vervallen.
Maar ik was dus gewoon bij een Opel-dealer. Wiens verkooppraatje voor meer dan 80 procent over elektronica en ‘computergestuurd’ ging.
Daar en toen begreep ik het. In al die talloos veel ‘teruggeroepen’ auto’s zitten moderne snufjes waar niemand iets aan heeft en die het na een tijdje begeven. Ter illustratie: in mijn slaapkamer staat een nimmer versagende 25 jaar oude Telefunken-tv, in mijn woonkamer een digitale breedbeeld van Philips die nu al twee keer niet wilde starten. En dat had niets met een zwakke accu te maken.
Ik ben mijn persoonlijke auto-historie nagelopen. Begonnen met een Fiat 600 (‘rugzakkie’ volgens de agent die mijn aangifte noteerde nadat het karretje gejat was, nooit teruggezien), daarna een VW Kever, vijf Eenden, een Citroën Visa, een Nissan Bluebird (van mijn toenmalige werkgever), een Citroën CX, twee BX-en van Citroën, een Renault Espace, een Volvo 740, 940 en V70, een Nissan Patrol, een Landrover Discovery en nu dus een Mitsubishi Pajero Sportwagon. Volgens mijn vrouw is dit lijstje hét bewijs van een neergaande carrière en ze heeft het weleens over merkentrouw als ze me doordringend aankijkt. Dit is meestal het geval als ik iets later dan voorzien ben thuisgekomen. Waag het ondertussen niet iets ten nadele van de MPS te roepen, ze zit er veel vaker achter het stuur dan ik. ‘Kleine dame in vervaarlijke auto’, dé oplossing voor een minderwaardigheidscomplex. Heeft ze zelf bedacht.
In alle auto’s die ik ooit bezat, speelde de elektronica geen of een uiterst beperkte rol. Geen van die wagens is ooit ‘teruggeroepen’. Ook in mijn MPS moet ik nog zelf remmen en zijn er geen parkeersensoren. Onder de immense motorkap ook geen computer die het brandstofverbruik ‘regelt’. Mooi zo. Liever een klassiek-betrouwbare dieselslurper dan een elektronisch bewaakt motormanagement waarbij ik hooguit de portier ben en waarvan iedereen nu weet dat een ‘terugroepactie’ een kwestie van tijd is.
Het is blijkbaar zo dat autofabrikanten zich genoodzaakt voelen elk jaar een nieuw model met amper geteste ‘gadgets’ te lanceren. Échte auto’s als de VW Kever, de Eend, klassieke Mercedessen en Toyota’s, de Renault 4, bleven een jaar of dertig, veertig op de markt. En daarna nog een kwart eeuw op de weg.
Pijnlijke terugroepacties met alle reputatieschade van dien zijn het gevolg van de onzinnige haast waarmee autofabrikanten onophoudelijk nieuwe modellen lanceren.

Peter Hagtingius
Hoofdredacteur Soeverein

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: