Zit ik wéér in de illegaliteit

november 6, 2011

Ik houd mij doof en blind voor nieuwlichterij in de sector flauwekul.
Tegenwoordig vrijwel een dagtaak en eerlijk is eerlijk, som heb ik er ook wel spijt van dat ik niet gewoon meedoe. Want er valt genoeg te lachen.
Zo ontving ik een schrijven van het Service Centrum Auteurs- en Naburige rechten te Hoofddorp. Nooit van gehoord, uit platte nieuwsgierigheid opende ik de envelop. Een brief getekend door maar liefst twee managers, plus een sjieke folder.
Men wil weten of ik op mijn kantoor muziek ten gehore laat brengen. Mocht dit zo zijn, dan dien ik dat onverwijld op te geven in verband met een ´muzieklicentie´ waaraan ´relatief lage kosten´ zijn verbonden. Men heeft mij ook alvast een gebruikersnaam plus een wachtwoord toegekend.
Ha!
Altijd spannend, een gebruikersnaam met een wachtwoord. Had ik als achtjarige al toen ik een vooraanstaand lid van de in Haarlem-Noord gevreesde jongensbende De Witte Winnetou´s was. Nu schijnt iedereen rond te lopen met een ouderwets notitieboekje waarin hij of zij alle ongeveer duizend wachtwoorden, persoonlijke toegangscodes, bankpasnummers en weet ik veel heeft moeten opschrijven. Een normaal mens kan die allemaal niet onthouden. Dus voor die types is de specifieke lol van exclusieve geheimzinnigdoenerij er wel zo´n beetje af. Voor mij niet, want sedert mijn tiende doe ik niet meer aan codes. Ik weet niet eens het kenteken van mijn auto, de Hermandad des te beter.
´t Zal wel even ouderwets wezen dat ik het briefgeheim nog respecteer. Ik vat daarom alleen globaal samen wat ik de managers M.R. Rigen en A.G.Sevinga van het Service Centrum langs klassiek schriftelijke weg heb laten weten. Ongetwijfeld briljante lanterfanters die uit het niets een baantje van niets hebben bedacht en daar behalve een leasebak een alleszins redelijk inkomen mee scoren. Enige jaloezie valt me niet te ontzeggen, ofschoon ik te Hoofddorp nog niet dood gevonden zou willen worden.
Ik attendeer de slimboosjes erop dat het hen geen donder aangaat of ik op mijn kantoor enigerlei klanken ten gehore laat brengen. Zoals ik een lange neus trok naar de Arbo-dienstkloppers die even wilden komen bekijken of mijn bureaustoeltje aan de wettelijke ergonomische normen voldoet. Ik heb er helemaal geen bezwaar tegen als de overheid kansloze werklozen aan een baantje helpt, ik ben daar zelfs vóór. Maar laat mij en mijn kantoor met rust. Ik ben overigens nog steeds in afwachting van de geüniformeerde rookmelders, wier levensdoel het is nicotineliefhebbers te verraden. Op mijn kantoor wordt gerookt en dat blijft zo. Dit heb ik de overheid destijds al laten weten.
Om een beetje te pesten heb ik het Service Centrum verder geschreven dat er op mijn kantoor inderdaad iets van muzikale invloed merkbaar is. Althans als mijn oude herdershond niet snurkt. Waarheidsgetrouw heb ik daarmee bevestigd dat op mijn kantoor muziek ´gebruikt´ wordt en dat ik geen licentie hebt. Trouwens ook niet voor die van voetbalmakelaar, maar die ambiëer ik dan ook niet. Uiterlijk 17 dezer dien ik nu mijn licentie te regelen, hetgeen ik niet zal doen. Opnieuw zal ik de wet overtreden, hetgeen goed bevalt voor wie het zijne denkt van flauwekul.
Op mijn kantoor wordt uitsluitend muziek van de in betere kringen niet geheel onbekende componist J.S. Bach afgespeeld. Dit heeft te maken met de voorkeur van de hooggeplaatste managementmevrouw aan het naastgelegen bureau die tevens chef platenspeler is. Achter haar stellig ergonomisch onverantwoorde bureau (ik geloof een voormalige eettafel van Ikea of zo) staat een hele doos Bach. Keurig gekochte cd´s, voor zover ik weet. En de heer Bach (en zijn -voor zover bekend- stuk of zeven kinderen) hoeft in juridische zin geen toestemming te geven als zijn cello-sonates het getik op dit kantoor van een ongewoon mooie achtergrond voorzien. En Bach gaat een tandje harder als er getelefoneerd wordt; ook onze klanten waarderen klasse.
Mijn slotzin in mijn brief aan de heren Riegen en Sevinga luidt: “ Kom gezellig eens langs. Kunt u naar Bach luisteren, onder het genot van een mooie sigaar en een glas cognac. Maar blijf niet te lang, want er wordt bij ons wel gewoon gewerkt. Hárd gewerkt. Dankzij de juiste doses nicotine en Bach”.

Peter Hagtingius
Hoofdredacteur Soeverein

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: