De ondergang van de rechtstaat

september 30, 2011

De natie is beklagenswaardig en de volksvertegenwoordiging in de overtreffende trap daarvan. Al die opwinding over ´doe eens normaal man´, maar amper aandacht voor het wankelen van de verzorgings- én de rechtstaat.
Met die verzorgingsstaat ben ik gauw klaar. Redden wat er nog te redden valt, veel zal het niet zijn. De onvermijdelijke herverdeling van de welvaat binnen Europa en vooral mondiaal, heeft zo zijn consequenties. Voor ons deel van de wereld komen die vooral neer op inleveren. Dit is geen nieuws, dit weet iedereen die niet slaapwandelt.
Omdat daaraan nog wél wat te doen valt, is wat mij betreft boeiender de ondergang van de rechtstaat. Die is bij de heren Rutte, Donner, Opstelten en Teeven in verkeerde handen gevallen. Ik druk me mild uit.
Dit kwartet van tamelijk louche verkrachters van fundamentele beginselen van de rechtstaat heeft gekozen voor een vorm van klasse-justitie die zijn weerga niet kent. De verhoging van de griffierechten betekent in de praktijk immers dat arme mensen toegang tot de rechtspraak wordt onthouden, onmogelijk gemaakt.
Hoe krankzinnig is een regering die oordeelt dat het recht te duur is geworden? Ik heb niet permanent voor de buis gehangen, maar ik meen dat er aan deze nationale mensenrechtenkwestie tijdens de algemene beschouwingen geen woord besteed is.
Hoe ziek is een regering die een duidelijke uitspraak van de Hoge Raad (de ID-kaart dient gratis verstrekt te worden) in een mum van tijd negeert via de truc van reparatiewetgeving? Zo´n Donner die nota bene de functie van onderkoning begeert, trekt als Piet Pelle op zijn Gazelle een lange neus naar ´s lands hoogste rechtscollege. De Kamer knikkebolt en je mag alleen maar hopen dat de Eerste Kamer nog ´ho´ roept.
En ondertussen zijn de rechters razend (en terecht) dat ze het fenomeen van de minimumstraf krijgen opgedrongen. Het klassieke principe van de onafhankelijke rechter in de gauwigheid even door het toilet gespoeld.
Was de uitdrukking inmiddels niet besmet geraakt, dan had ik tegen de eeuwige ‘weglacher’ Rutte en zijn verstandelijk beperkte vazallen op het pluche gezegd: ´Heren, doe eens normaal´. En ´heren´ dan vervangen door een minder beschaafde aanduiding.
Maar ja, de volksvertegenwoordiging vindt het allemaal wel best. De meeste kiezers ook, valt te vrezen.
De natie is beklagenswaardig.
Peter Hagtingius
Hoofdredacteur Soeverein

Advertenties

Wynand Vogel


Gisteren vierde het Okura hotel dat het 40 jaar geleden in Amsterdam zijn deuren opende. Heel Belangrijk Nederland was komen opdraven om directeur Marcel van Aelst, die dacht: “als ik iets organiseer doe ik het ook meteen perfect” te feliciteren. Het Koninklijk Huis was er, Erica Terpstra (ook een beetje Koninklijk Huis), heel veel militairen met legio gouden strepen, ministers, de burgemeester van Amsterdam en verder het voetvolk. Maar dan wel de Champions League van die categorie. In totaal zo´n 650 gasten die niets van het prachtige feest wilden missen.
Marcel van Aelst ontving uit handen van de opvolger van Job Cohen (jammer dat die mijn stad heeft ingewisseld voor Den Haag) een mooie onderscheiding voor alles wat hij heeft gedaan; voor het Okura, de stad en de facto natuurlijk ook voor het hele land. Dit was nu eens een echt verdiende penning.
Niets was aan de toeval overgelaten. Een comité van in- en uitgeleide ontving iedereen als eregast en er liep zoveel personeel op en af dat je nimmer een seconde zonder drank of amuses stond. De buffetten -geregeld door de vier toprestaurants binnen Okura- stonden borg voor topkwaliteit.
Bij het rondlopen en het handen schudden trof ik de inspecteur van de restaurantgids Lekker, Wynand Vogel, die zeer, zéér boos op mij was.
Mijn laatste uithaal in een column aan zijn adres was blijkbaar niet zo goed gevallen. Ik lachte hem vriendelijk toe en zei dat de waarheid soms meedogenloos is en dat hij de aanleiding voor mijn artikel was geweest.
Mijn woorden konden zijn boosheid niet wegnemen. Jammer dan, dacht ik en wenste hem weer veel sterkte toe bij de samenstelling van zijn gidsje dat al jaren over de houdbaarheidsdatum is. Als blikken konden doden had mijn hoofdredacteur nu een vacature gehad. Was trouwens wel een heel mooie dood geweest op dat feest van Van Aelst. Iemand die samen met misschien nog een aantal grondleggers -ik denk aan Jonnie en Thérèse Boer, de familie Beerens, de familie Van Bourgonje, de familie Brevet- Nederland gastronomisch en in de topsector van de hotellerie op de internationale kaart heeft gezet.
Wat mij bij elk bezoek aan Okura in welke restaurant dan ook opvalt, is de oprechte gastvrijheid, inzet en persoonlijke belangstelling van al die jongens en meisjes voor iedere gast. Die Okura-academie blijkt wel degelijk zijn vruchten af te werpen. Ik beloof u daar eens een bezoek aan te gaan brengen.
Wij grossieren in Nederland niet in absolute toplocaties. Bijvoorbeeld het Amstel Hotel leeft in het verleden en ik vermoed soms dat eigenlijk alleen het Okura wat alle facetten van het hotel- en restaurantwezen betreft, tot de mondiale top gerekend mag worden.

Joop Rentmeester
Restaurantcriticus Soeverein


Als je na een infarct dagenlang alleen en met koorts en een infuus op een mooie ziekenhuiskamer ligt, heb je alle tijd om na te denken over die idiote voetbalwereld die mij al levenslang zo boeit, waaraan ik zo veel aan te danken heb. Maar die ook meedogenloos met mij is omgegaan.
Dat onmenselijke is een kenmerk van het voetbalmilieu.
Zo gaat De Telegraaf meedogenloos om met geweldig integere mensen als Uri Coronel, alleen omdat die krant zijn idool Johan Cruyff tegen elke prijs wenst te steunen.
Of kijk naar Feyenoord. Daar konden een stelletjes net geen pubers via een stemming waar men zich in Albanië nog voor zou schamen, trainer Mario Been de laan uitsturen
En herinnert u zich Ronald en Frank de Boer nog die in 1998 met behulp van uiterst negatieve lariekoekverhalen over Morten Olsen bij Ajax een breuk met die trainer forceerden? Opdat ze daarna voor veel geld naar Barcelona konden vluchten.
Zo heeft ook Ruud Gullit talloze schandelijke machtspelletjes gespeeld. Onbegrijpelijk dat hij er altijd mee wegkomt.
Die min of meer criminele of in elk geval a-morele attitude is een beetje het handelsmerk van een wereld waarin heel veel zakkenvullers, patjepeeërs, machtswellustelingen en –durf ik te stellen- boeven rondlopen. Hoe hard ze aangepakt worden, hoeveel onzin ze ook uitkramen, het maakt allemaal niet uit in die omgeving van opportunisme, leugens, intriges en louter eigenbelang.
Is de mens masochistisch of is er een aantal dat er zo graag bij wil horen dat alle normen van ethiek en normaal menselijk gedrag onder het stadiongras worden geveegd? Ik vrees dat nogal wat ´spelers´ binnen de voetbalgemeenschap -en echt niet alleen binnen het betaalde voetbal- misschien wel dagelijks zondigen tegen de elementaire fatsoensnormen.
Ik zal mijn verhalen over mensen als Peter Bosz, John Lammers, Rolland Courbis, Andries Jonker en nog vele anderen mijn graf in meenemen. Ik heb zo veel schandalige dingen uit eigen ervaring meegemaakt dat ik in mijn Volume I van mijn memoires slechts minder dan de helft kwijt zou kunnen.
Ik heb destijds aan tafel gezeten met de grootste boef die ooit in Frankrijk rondliep (Francis Vanverberghe, bijgenaamd ´Francis le Belge´). Inmiddels al jaren terug geliquideerd (gek hè), maar ook hij en zijn kornuiten bewogen zich binnen de voetbalwereld met veel geld. En een pistool.
Zijn er dan helemaal geen fatsoenlijke mensen meer die in de stadions alleen maar vanwege hun passie voor de sport rondlopen? Natuurlijk! Dat zijn er velen, maar hun stem gaat verloren in het geweld van de minderheid die ik hierboven schetste.
Zo gingen mijn gedachten in dat hospitaal terug naar een voetballeven van bijna 53 jaar. Dat begon toen ik voor het eerst aan de hand van mijn vader naar een wedstrijd mee mocht. ADO- Blauw/Wit, gevolgd door Ajax-Fortuna´54, overigens door Fortuna gewonnen.
Ik ben nog steeds stapelgek op het spel, en ondanks alles misschien ook nog gefascineerd door alle machtspelletjes. Maar na een leven als trainer van bijna 40 jaar en wat bestuurlijke functies is het mooi geweest. Ik zal passief vanaf de zijlijn mijn verbazing met u blijven delen, zolang mijn gezondheid dat toelaat.
Maar met zulke geweldige artsen als de cardioloog Van de Klippe en mijn onvolprezen oncoloog dr. Van der Hoeven bent u voorlopig nog niet van me af.

Peter van de Rijt
Sportcommentator Soeverein

En Jan Schaefer dan?

september 22, 2011

Hoe erg is het eigenlijk dat de volksvertegenwoordiger Wilders gaarne luid & duidelijk is? Volkstaal in de volksvertegenwoordiging, ik ben vóór.
Wie af en toe in een café komt en/of schatert om Youp van ´t Hek en consorten beseft dat de heer Wilders zelden of nooit de ondergrens van ordinair bereikt.
Er wordt zoveel geklaagd over de ´afstand´ tussen de politiek en de ´mensen in het land´. Door zijn taalgebruik verkleint Wilders dat probleem.
Ik herinner me de terecht bewierookte Jan Schaefer, wethouder te Amsterdam en staatssecretaris. Zijn legendarische uitspraak ´in gelul kun je niet wonen´ was -zeker toen- minder ´parlementair´, maar ook Henk en Ingrid begrepen hem. De PvdA had er nu een stuk beter voorgestaan als Schaefer nog in leven was.

Peter Hagtingius
Hoofdredacteur Soeverein

Restaurant-criticus Joop Rentmeester verblijft in het buitenland. Zijn rubriek wordt waargenomen door Peter Hagtingius.

In het tijdschrift Côte & Provence dat over Zuid-Frankrijk gaat en dat ik rustig kan aanbevelen omdat ik er zelf een rubriekje in mag schrijven, lees ik een interview met componist/dirigent/pianist Reinbert de Leeuw. Ook iemand met zo´n tweede huis ter hoogte van de Rivièra, maar dan wel op een stil plekje in het achterland. Ik ben die man al jaren dankbaar dat hij me kennis heeft laten maken met het werk van de Franse componist Eric Satie, maar dat doet er hier niet toe.
De Leeuw vertelt in dat vraaggesprek dat hij in Frankrijk vrijwel nooit buiten de deur eet. Hij zegt: “In het begin waren we vast van plan al die fantastische restaurants in de buurt te bezoeken, we legden er hele lijsten van aan. De meeste heb ik zelfs nog nooit geprobeerd en de belangstelling werd minder en minder. Ik heb allemaal vrienden die ontzettend goed kunnen koken, ik heb ze er echt niet op uitgekozen hoor. Maar ze hebben er een natuurlijk talent voor. Af en toe zeg ik: ´jullie hebben al de hele week gekookt, ik nodig jullie allemaal uit´. Maar dan zeggen ze altijd: ´waarom zouden we uit eten gaan, we zitten hier toch goed?´
Die mensen hebben naar mijn idee groot gelijk. Ik heb die veelal met sterren behangen etablissementen destijds vrijwel allemaal bezocht en ik was zelden onder de indruk, behalve dan van de rekening. Le Moulin de Mougins, toen nog onder leiding van driesterren-chef Roger Vergé, de ´uitvinder van de keuken van de zon´, was helemaal niet zo´n bijzondere belevenis, je was beter af in de Bastide St. Antoine van Jacques Chibois in Grasse, vrijwel bij De Leeuw om de hoek, en tegenwoordig één ster. Ik heb ook een keer gegeten bij de bewierookte Ducasse in Le Louis XV te Monaco. Nog afgezien van de opgedirkte sfeer in de namaak-sjiek van het ´brocante´ interieur was het geen memorabele avond. Ik heb het even nagegoogled: het dinermenu doet op dat adres nu €280, de lunch € 140. Voor zover mijn herinnering strekt heb ik eerlijk gezegd de beste maaltijd ooit genoten in Portugal: Vila Joya, iets voorbij Albufeira, de in ons land volstrekt onbekende Oostenrijkse chef Dieter Koschina. Diner-menu: € 120, twee Michelin-sterren.
Ik geloof dat dé Franse gastronomie sinds jaar en dag nogal overdreven grootgeschreven wordt, met name door de Fransen. Een soort hype die maar voortduurt. En ik weet dus zo zeker niet of je een behoorlijke maaltijd meteen maar ´cultuur´ moet noemen. Ach, die Fransen. Per hoofd van de bevolking zijn er in heel Europa nergens zoveel Amerikaans dan wel Italiaans getinte fastfood-restaurants als in hun land. Dan nog liever een kroketje van de Febo.
Ik snap Reinbert de Leeuw en zijn vrienden wel. Het extreem prijzige ´gedoe´ van en in Franse zogenaamde toprestaurants, waarom zou je? Ik eet ook liever in de huiselijke kring, ook en vooral als ik in Frankrijk ben. De steevast geafficheerde hemelse allure van de Franse gastronomie is een marketingtruc. Nogal vaak doen die ´grote´ Franse chefs aan geknutsel met ingrediënten, resulterend in een verleidelijk opgemaakt bordje. Maar wat eet je dan eigenlijk?

Peter Hagtingius
Hoofdredacteur Soeverein

Wegens ziekte van sportcommentator Peter van de Rijt wordt zijn rubriek waargenomen door Peter Hooft.

Omdat het niveau van de berichtjes me over het algemeen niet aanstaat, doe ik niet mee aan die malle twitterrage. Maar soms wordt me wat voorgelezen door iemand die kennelijk wel tijd heeft voor minkukelige communicatie. Zo werd me vanmiddag een tweet gewaar van iemand die vaststelde dat het met discuswerpen nooit wat wordt, want nimmer is zo´n schijf gevangen. Ik zal niet ontkennen dat ik een glimlach met moeite onderdrukte.
Nog iets voor het begin van de jaartelling was ik een kansarm lid van de Haarlemse atletiekvereniging HAV Haarlem. Ik kon een beetje hoogspringen en de 800 meter behappen, maar het was me al snel duidelijk dat iets van een titel onbereikbaar zou blijven. Zo´n Dam tot Dam-loper of gedreven marathon-freak ben ik daarna nooit geworden, niet alleen omdat ik een broertje dood heb aan modeverschijnselen. Al dat domme geren door stad & land, zogenaamd om lekker in je vel te zitten. Wandelen met de hond vind ik al mooi genoeg en ik weet wel zeker dat die activiteit een stuk gezonder is dan ademhappend je enkels en/of knieën slopen. Of je hart zegt gedag.
Niettemin ben ik altijd sterk in atletiek geïnteresseerd gebleven. En dus opnieuw kansarm, want Studio Sport doet niet of nauwelijks aan atletiek en nog minder na de pensionering van Theo Reitsma.
Ik weet ook wel: atletiek is lastig in beeld te brengen. De opbouw van de wedstrijden deugt niet. Tijdens de 5.000 meter gaat het kogelslingeren gewoon door en dus moet er na 5 rondjes lange afstand, als de Afrikanen net beginnen hun hoe dan ook beslissende kopgroep te vormen, worden overgeschakeld naar een meestal Oost-Europese oervrouw die even het bewijs levert dat overgewicht in sportief opzicht geen enkel probleem is, wat de medici ook beweren. Ondertussen ben je dan wel de draad kwijt voor wat het verloop van die 5 km-race betreft. Die ook ´onderweg´ vaak spannend is: geduw en getrek, valpartijen en vooral beslissende demarrages van de intelligentste lopers.
Atletiek wordt nooit een sport die voor tv geschikt is, tenzij al die series 100 meter worden overgeslagen en het zo wordt georganiseerd dat de finale speerwerpen ná de eindstrijd 400 meter horden op het programma staat. Of andersom. Waarschijnlijk kan atletiek alleen tot een tv-sport uitgroeien als het gebracht wordt in hapklare finale-pakketten.
Of zou Usain Bolt zo wonderbaarlijk zijn dat hij alle atletiekkijkers boeit? Ik denk het niet. Aardige sprinter, maar een mislukte komiek die grossiert in foute grimassen en hinderlijke gebaartjes; Pipo de Clown in de startblokken, iemand die voornamelijk bevestigt dat de afstand tussen het gesticht en de atletiekbaan nogal gering kan zijn. Misschien maar goed dat ik als atleet geen talent had.
Overigens ter info voor die twitteraar: ik heb een keer ´live´ meegemaakt dat iemand tijdens een atletiekwedstrijd een speer ving. Met de borst. Dat was niet zo´n goed idee, ook in hospitaal was er geen redden meer aan.

Peter Hooft
Redacteur Soeverein

De woede van Jon Sistermans

september 14, 2011

Restaurant-criticus Joop Rentmeester verblijft in het buitenland. Zijn rubriek wordt waargenomen door Peter Hagtingius.

Ik schat een jaar of tien- twaalf geleden was ik enigszins betrokken bij zo´n restaurantgids. Heel af en toe werd ik erop uitgestuurd om een restaurant te bezoeken en dan een oordeel te vellen. Mede gelet op mijn omvang werd ik voor smulpaap gehouden en dat was niet helemaal verkeerd gezien. Getrouwd met een kookboekenschrijfster ben je -soms!- een bevoorrecht proefkonijn en heel af en toe vertoonde ik me persoonlijk ter hoogte van haar fornuis. Mijn bananensalade en mijn tonijn-variant worden zelfs door vrienden te Portugal en België zodanig gewaardeerd dat ze elk jaar even langskomen. Iets van min of meer spannend koken snap ik wel.
Maar het vak van restaurant-criticus is van een andere orde. In hoeverre hangt de charme van uit eten gaan samen met alert en kritisch tafelen? In hoeverre wordt het oordeel van een recensent -mede- bepaald door de ´gezelligheid´ van tafelgenoten?
Ik doe niet aan archivering of andere onzin, maar dezer dagen herinnerde iemand me eraan dat ik ooit iets minder positief berichtte over chef Jon Sistermans, destijds met een restaurant in Amersfoort, nu te Utrecht. Ik kreeg de horen dat die man mij nog altijd tot zijn vijanden rekent.
Zou het werkelijk waar zijn dat een betrekkelijk negatieve recensie omzetverlies impliceert?
Tot hoever reikt de macht, de invloed van restaurant-beoordelaars? Ook vanwege het rookverbod en als vleesverlater kom ik al jaren niet meer in restaurants, overigens tot tevredenheid van de accountant. Maar ik zou sterk geneigd
zijn een restaurant met een streep erdoor in de gidsen juist wél te bezoeken. Want ik weet hoe het werkt: een negatief oordeel hangt vaak samen met de ´ambiance´ die tafelgenoten bieden en allicht minder vaak met de kwaliteit van de keuken.
Ik heb weleens ergens alleen aan tafel gezeten, gedoemd om tot een soort rapportcijfer te komen. Waarschijnlijk was ik tot een positiever oordeel gekomen als goede vrienden hadden meegegeten.

Peter Hagtingius
Hoofdredacteur Soeverein